AMMEHOELA NR 3 Het overmatige gebruik van M&M
14 maart 2012Waarom ben ik toch zo tegen modellen en methodiekjes op het gebied van management en coaching? Ze zijn toch meestal knap bedacht en praktisch. En, zoals mijn nieuwe netwerkcontact @mariongeisler zei: “Waarom doe je zo moeilijk? Je gebruikt een theorie of een modelletje toch alleen als je het nodig hebt? Voor je klant? En dan kan je het toch weer gewoon aan de kant schuiven? Nou dan!”
Toch blijft het sluimeren, knagen, sudderen, etteren. Maar echt tot iets concreet komen erover, lukt niet echt. De modellen en theorieën zijn zo, zo… verstandig! Goed over nagedacht! Mijn meest gewaardeerde collega’s gebruiken ze! En ook andere verstandige mensen die het kunnen weten. En dan verschijnt er een artikel op managementsite. waarin staat dat helemaal nooit is aangetoond dat die modellen succesvol zijn, dat ze werken. “Wat voor managementmodellen geldt, geldt vast dubbel&dwars voor coachmodellen”, denk ik meteen. En dus…..
Dus wat? Bewijst 1 artikeltje op een vooraanstaande site, geschreven door mensen met naam, dat mijn gut feeling juist was? En: gebruik ik zelf dan geen modellen? Hoe zit het eigenlijk?
Een gebruiker? Moi?
Eerst maar eens mezelf tegen het licht houden. Ja, ik ben een M&M-gebruiker. Ik ben universitair opgeleid en heb er daarna nog wel eens wat bij geleerd. Veel modellen ook. Bij het begeleiden van groepen gebruik ik graag Belbin, metaprofielanalyse,groepsdynamische inzichten, en inzichten uit action type coaching en positive coaching. Bij het begeleiden van individuen overigens ook. De logische niveaus van Bateson gebruik ik eigenlijk altijd wel ergens.
Ik begin echter met luisteren, invoelen, een beeld vormen van de vraagstukken die er zijn. (Ook daar zitten M&Ms achter; het nlp-concept ‘wereldmodel’ dat weer zijn oorsprong vindt in de semantiek en de ontwikkelingspsychologie, onder andere). En dan? Dan vertel ik zo duidelijk mogelijk terug wat ik gehoord, heb, wat ik zag, wat ik zie. En ik stel nog meer vragen. En als ik denk dat het handig is iemand te bevragen op zijn of haar manier van leren, dan heb ik natuurlijk de leerstijlen van Kolb en de leervoorkeuren van Ruijter in mijn achterhoofd en de ontwikkelingspsychologie van Piaget en de leerspiraal van Petzold.
Mijn werk is bezig zijn met mensen, niet met modellen
Ik check bewust en onbewust of er sprake is van een alignment en vraag door als ik merk dat dat nog niet het geval is. Ik stel, gebruikmakend van Jung vast of er sprake is van te sterke vormen van intro- of extraversie en wat er wel of niet nog zit in het collectieve onbewuste; ik let (op een haptonomische manier) op de nonverbaliteit van mijn gesprekspartners en schrijf daar dingen over op. Kortom: ik zet mijn hele kennis en ervaringsmodel in om de klant zo goed mogelijk van dienst te zijn; en daarin gebruik ik misschien wel tientallen modellen en methodieken. Ik ben dus eigenlijk wel een heel hard meehuilende wolf in het bos van M&M. Maar toch, maar toch….
Dus: niet lullen maar poetsen?
Ik ben, als ik met mensen aan het werk ben, niet bezig met modellen; ik ben bezig met mensen. En dàt is wat me zo tegenstaat aan al dat gedweep met theorietjes en modellen; het gaat niet over mensen, het is geen mensenwerk, het is bedacht. Bovendien lees ik of beleef ik (tijdens een cursus of een workshop ofzo) vrijwel alleen maar ongenuanceerd gedoe over zo’n model. Appreciative inquiry als enig organsiatieveranderingsmodel; mindfulness als Haarlemmerolie voor àlle ontwikkelvraagstukken; empowerment als de unieke manier om mensen over zichzelf te leren beschikken; ga zo maar door. En als je dan ook nog eens in ogenschouw neemt dat al die modellen ongeveer evenveel effect sorteren….
Ik ben er wel uit, geloof ik. Mijn aversie zit in het onpersoonlijke en het bedachte van modellen. En het kritiekloze gedweep en de pretenties van mijn collega’s en cursusgevers. Daarbij gevoegd de WETENSCHAP dat die modellen geen bewezen en zeker geen unieke werking hebben. Het gaat dus bij mij, zo blijkt maar weer, om het contact, het verbinden, het meevliegen zonder parachute en zonder pretenties. Ofwel: gewoon doen. Mijn goede vriend, de @nlMpcoach zal er blij mee zijn.
-
Gereageerd door Melanie Jansen op 7 juni 2012 om 16:14 uurHallo! Alweer een tijdje geleden dat ik je site bezocht, maar ik heb een rustig momentje gevonden en kom weer veel interessants tegen. Mij, als beginnend coach spreekt m&m wel aan. Coaching is toch echt een vak. Een beroep, sterker nog een professie is mijn overtuiging. Anders kan iedeen met gevoel voor de medemens in combinatie met gesprekstechniek toch coachen? Dat gebeurt al te veel denk ik. Gerommel in de marge waardoor het beroep (loopbaan)coach een slechte naam heeft gekregen. Je onderscheidt je van de ‘wannabees’ door opleiding. Dan kan je op basis van je kennis/professionaliteit een inschattig maken hoe en of je m&m in zet. ondanks m’n overtuiging geeft het wel weer stof tot nadenken.
dank je. Gr Melanie -
Gereageerd door coachwillem op 7 juni 2012 om 16:33 uurDank Melanie,
Tsja… ik hoop dat ik in mijn artikel ook mijn eigen tweespalt erover tot uitdrukking breng, want ik ben er zier nog niet helemaal uit. Reacties als de jouwe zetten me ook weer verder aan het denken. Het is waar, het gerommel in de marge heeft de reputatie van ons vak geen goed gedaan. Misschien ga ik daar te makkelijk aan voorbij; ik ga er van uit dat coaches wel goed geschoold zijn. En daar zit natuurlijk de spagaat. Die scholing gaat voor een deel over methodes en methodieken. Misschien moet ik zeggen dat het vooropzetten van een methodiek me tegen staat; ik kom in omgevingen waarin er ogenschijnlijk kritiekloos en dweperig met methodieken wordt omgegaan. Daar speelt de wens of behoefte van de client een mindere rol; de gekozen methodiek is daar de haarlemmer olie. Ik merk dat ik wel nog meer behoefte aan uitwisseling en discussie heb… -
Gereageerd door Eric Versleijen op 18 juli 2012 om 09:00 uurGoedendag Melanie en Willem,
Ook ik heb een zekere weerzin op m&m’s. Volgens mij komt dat omdat het regelmatig voorkomt dat professionals denken dat de oplossing in een m&m zit. Daar zit echter nooit meer dan een pinda. M&m’s zijn nuttig, want ze zijn gestolde kennis! Mensen hebben dingen gedaan of uitgeprobeerd en, zoals Willem beschreef, in een heel samenstel van allerlei dingen die je doet, merkte de persoon dat deze ene aanpak best wel slim was of goed werkte. Met enige ambitie, winstbejag en professionele gedrevenheid zet de persoon zich aan het werk een boek te schrijven en zie daar een nieuwe m&m. De m&m’s zijn niet los van elkaar te zien en ze zijn stuk voor stuk gestolde kennis. Het vooropstellen van de ene techniek boven de andere, zonder kijk op de mens op kijk op de situatie waarin de mens zich bevindt, geeft aan dat de coach dringend behoefte heeft aan een paar stevige coachingsessies waarbij de werkelijkheid van de verschillen binnen mensen en het belang van echte aandacht voor de mens weer eens duidelijk gemaakt moeten worden. Overigens doet de discussie van m&m’s me denken aan de reclame op tv. Man: “Get in the bowl.” Red: “You get in the bowl”.
